Kruidengeneeskunde in de media: een vraag om wetenschappelijke volledigheid

Een open brief naar aanleiding van een artikel over brandnetels op VRT NWS (4 juni 2026)

Op 4 juni 2026 publiceerde VRT NWS een artikel over de gezondheidsvoordelen van brandnetels, gebaseerd op een factcheck van het platform Gezondheid en Wetenschap. De conclusie was helder: brandnetels helpen niet bij gewrichtspijn of reuma. Wij lazen dit artikel met respect voor de intentie: mensen helpen om zin van onzin te onderscheiden. Maar we hebben een aantal inhoudelijke bedenkingen, en die willen we graag delen.

Een kleine maar belangrijke vergissing

Het artikel bespreekt de volkse gewoonte waarbij mensen zich bewust laten prikken door verse brandnetels. In de wetenschappelijke literatuur heet dat urticatie. De conclusie dat dit niet werkt, wordt echter onderbouwd met studies over het innemen van brandnetel als supplement of thee.

Dat zijn twee heel verschillende dingen. De ene werkt via een reactie op de huid. De andere via het spijsverteringsstelsel. Dat je de ene niet met de andere kan vergelijken, is eigenlijk logisch: het is een beetje zoals zeggen dat een ijszak op een verstuikte enkel niet helpt, omdat het drinken van ijswater ook geen effect heeft. De manier waarop iets wordt toegediend, maakt een groot verschil.

Er bestaat overigens wel degelijk peer-reviewed onderzoek specifiek over urticatie. Een studie van Randall en collega's, gepubliceerd in 2000 in het Journal of the Royal Society of Medicine, onderzocht dit bij 27 patiënten met pijn aan de duimbasis. Na één week dagelijkse toepassing van verse brandnetelblaadjes was de pijn significant meer gedaald dan bij de placebo. Een latere studie van dezelfde groep (2008) vond bij kniepijn geen significant effect. Het bewijs is dus gemengd, en meer onderzoek is zeker nodig. Maar het bestaat, en het had vermeld moeten worden.

Het VRT-artikel merkt daarnaast terecht op dat de term 'bloedzuiverend' moeilijk te definiëren valt in biomedische termen. Maar die vaststelling verdient meer nuance dan ze krijgt.

'Bloedzuivering' is een historisch concept dat in de Europese kruidentraditie al eeuwen wordt gebruikt om te verwijzen naar processen waarbij het lichaam afvalstoffen verwerkt, de leverwerking ondersteund wordt, of het lymfestelsel geactiveerd wordt, processen die wij vandaag beschrijven met termen als 'hepatoprotectief', 'diuretisch' of 'ontstekingsremmend'. De terminologie is anders, niet de onderliggende observatie.

Dit is precies wat de WHO-strategie voor Traditionele, Complementaire en Integratieve Geneeskunde 2025–2034 bedoelt wanneer ze stelt dat traditionele geneeskunde "originating in different historical and cultural contexts" is en pleit voor evaluatie die rekening houdt met de culturele en historische kennis die aan zulke begrippen ten grondslag ligt. Een term als 'bloedzuiverend' afwijzen omdat ze niet samenvalt met moderne biochemische nomenclatuur is te vergelijken met zeelieden vóór de ontdekking van vitamine C  'bijgelovig' noemen omdat ze citroenen en zuurkool meenamen op lange reizen. Ze hadden geen naam voor het werkzame principe, maar wisten in de praktijk wel dat het werkte. 

Dat betekent daarom niet dat elke volkse claim over bloedzuivering klopt. Maar een eerlijke beoordeling kan er pas zijn als die de historische context meeneemt, de mogelijke werkingsmechanismen onderzoekt die achter de observatie schuilgaan, en pas daarna concludeert, in plaats van een term al bij voorbaat te verwerpen omdat ze niet past in het huidige jargon.

Een patroon dat ons zorgen baart

Dit is niet de eerste keer dat we een gelijkaardige redenering tegenkomen op Gezondheid en Wetenschap. Een eerder artikel over kurkuma stelde dat deze wordt teruggevonden in de ontlasting en dus niet wordt opgenomen door het lichaam, en daardoor niet werkt. Dat klinkt als een logische redenering, maar dat is het niet. Er zijn wel meer planten en plantaardige inhoudsstoffen die niet door ons lichaam worden opgenomen en toch een effect hebben, omdat ze het darmmicrobioom beïnvloeden, waardoor er een effect optreedt. Dat is een volledig erkend werkingsmechanisme. Vezels werken op exact dezelfde manier: we scheiden ze ook uit via de ontlasting, maar niemand beweert dat vezels geen invloed hebben op onze gezondheid.

Een overkoepelend onderzoek uit 2025 bundelt tientallen klinische studies (RCT's) over kurkuma bij echte patiënten in ziekenhuizen, waaruit zwart-op-wit blijkt dat kurkuma-extracten de pijn en stijfheid bij knie-artrose significant verminderen, vaak net zo effectief als reguliere pijnstillers zoals ibuprofen, maar met veel minder maagklachten. Daarnaast meten wetenschappers in het bloed van deze patiënten een feitelijke, meetbare daling van belangrijke ontstekingsmarkers (zoals CRP en IL-6) en een verbetering van de bloedsuikerspiegel.

De kwaliteit van deze onderzoeken, net zoals die uit een ander overkoepelend onderzoek over kurkuma scoort methodologisch lager omdat natuurlijke extracten en doseringen onderling te veel verschillen om er één uniforme, medische richtlijn van te maken. Maar dat is iets heel anders dan beweren dat kurkuma niet werkt. Dat de data nog niet perfect gestroomlijnd zijn, verandert niets aan het feit dat de positieve effecten bij echte patiënten in een klinische setting herhaaldelijk en statistisch zijn aangetoond. Het toont alleen dat er meer onderzoek nodig is. 

Een derde voorbeeld betreft een artikel over echinacea (dat terecht een onderzoek aankaart dat gesponsord werd door een belanghebbende partij). Daarin staat dat bestaand wetenschappelijk onderzoek geen werking van echinacea kon aantonen. Maar daarbij wordt het Europese wetenschappelijke referentiekader voor plantentherapie volledig buiten beschouwing gelaten. De ESCOP (de Europese wetenschappelijke organisatie voor fytotherapie, erkend door het Europees Geneesmiddelenbureau) heeft echinacea, zowel de wortel als de bovengrondse delen, wél erkend voor bepaalde toepassingen, op basis van klinisch bewijs en gedocumenteerd historisch gebruik. Dat dit kader niet wordt vermeld, geeft een onvolledig beeld.

We tellen dus minstens drie artikelen met hetzelfde patroon: een plant of kruidenpraktijk wordt afgewezen op basis van een redenering die het beschikbare wetenschappelijke bewijs onvolledig of incorrect weergeeft.

Een dubbele standaard in het debat

Er is nog een breder punt dat we met respect willen aankaarten. Niet om de reguliere geneeskunde aan te vallen, maar om een oneerlijkheid in het debat zichtbaar te maken.

Uit een grootschalige analyse van Cochrane-reviews (de meest gezaghebbende systematische overzichten van medisch onderzoek ter wereld) blijkt dat slechts 5,6% van de onderzochte reguliere behandelingen steunt op bewijs van hoge kwaliteit. Meer dan 9 op de 10 medische interventies die in deze rapporten worden beoordeeld, missen dus hoogwaardige evidence. (Howick et al., 2022, Journal of Clinical Epidemiology). Wat gelukkig niet wil zeggen dat die behandelingen en interventies niet werkzaam zijn.

Laat ons duidelijk zijn: we hebben de moderne geneeskunde allemaal nodig op een bepaald punt in onze leven en zijn dankbaar dat deze bestaat. Dit is dus geen aanklacht tegen de moderne geneeskunde, maar een eerlijke vaststelling van hoe moeilijk het is om kwalitatief hoogstaand bewijs te verzamelen, voor élk medisch domein.  Veel reguliere behandelingen worden gebruikt op basis van klinische ervaring, lager-niveau studies of expertconsensus, en dat is vaak volkomen verdedigbaar.

Maar dan rijst de vraag: waarom wordt van kruiden en traditionele geneeskunde wél onmiddellijk het allerhoogste bewijsniveau verwacht, terwijl dat voor een groot deel van de reguliere geneeskunde evenmin voorhanden is? Het is geen eerlijk speelveld. Wij vragen niet om lagere standaarden voor onze sector. Wij vragen om dezelfde standaarden voor iedereen.

De bredere context

Gezondheid en Wetenschap is niet zomaar een website. Het platform werd opgericht in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap en wordt grotendeels door de Vlaamse overheid gefinancierd. Het bereikt naar eigen zeggen dagelijks gemiddeld 60.000 bezoekers, en de informatie wordt overgenomen door grote communicatiekanalen zoals VRT NWS en het gezondheidsmagazine van de CM, het grootste ziekenfonds in België. De invloed op wat de publieke opinie denkt over kruiden en gezondheid, is dus groot.

Tegelijk onderschreef onze overheid de WHO Global Traditional Medicine Strategy 2025–2034. Die strategie vraagt uitdrukkelijk om een eerlijke, volledige en respectvolle beoordeling van traditionele en plantaardige geneeskunde. Een platform dat door de overheid wordt gefinancierd, maar stelselmatig een onvolledig beeld geeft van de beschikbare wetenschap over kruiden, staat in spanning met die doelstelling.

De internationale gemeenschap erkent het belang van kruiden steeds explicieter. De VN kozen 'Medicinale en aromatische planten: gezondheid, erfgoed en levensonderhoud beschermen' als thema voor Wereld Wildlife Dag 2026 (3 maart), georganiseerd in het kader van CITES. Tegelijk beschermt UNESCO specifieke traditionele kennis over geneeskrachtige planten als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Dit zijn concrete beleidskeuzes van dezelfde internationale gemeenschap waarvan België deel uitmaakt. Het past niet in dat kader om op nationaal niveau de wetenschappelijke basis van diezelfde plantaardige tradities stelselmatig onvolledig voor te stellen.

Het is ook goed om te weten dat landen als Duitsland en Zwitserland, wereldleiders in de farmaceutische industrie, met bedrijven als Bayer, Novartis en Roche, fytotherapie (geneeskunde op basis van planten) wél erkennen als medische specialisatie. In Duitsland is kruidengeneeskunde opgenomen in de hoogste klinische richtlijnen. In Zwitserland bieden grote ziekenhuisgroepen gecertificeerde plantentherapie aan naast de reguliere geneeskunde. Het idee dat een sterke farmaceutische industrie automatisch leidt tot scepsis over kruiden, klopt dus niet helemaal.

Het European Environmental Bureau trekt bovendien aan de alarmbel wat betreft farmaceutische vervuiling in Europa: meer dan 600 werkzame farmaceutische stoffen zijn aangetroffen in het milieu, inclusief drinkwater en bodems. Dit ondermijnt niet alleen onze leefomgeving, maar paradoxaal genoeg ook onze gezondheid. Alleen al de aanwezigheid van antibiotica in het milieu draagt rechtstreeks bij aan antibioticaresistentie, dat is een bedreiging die tegen 2050 naar schatting 390.000 Europese sterfgevallen per jaar kan veroorzaken. 

Daarnaast is het grootste deel van de ruwe grondstoffen voor de Europese farmaceutische industrie afkomstig uit slechts twee landen (India en China). Ook in dat licht is het geen overbodige luxe om de gezondheidsondersteunende eigenschappen van lokale kruiden met een frisse blik te herbekijken. Planten zijn regeneratieve, biodiversiteitsvergrotende, lokale bronnen die mogen opgewaardeerd worden. 

En tenslotte: Europees gezondheidseconomisch onderzoek toont aan dat zelfmedicatie met vrij verkrijgbare geneesmiddelen de gezondheidszorg significant ontlast: gemiddeld bespaart elke euro die consumenten hieraan besteden €6,70 voor nationale gezondheidszorgstelsels en economieën (May et al., 2023, Gesundheitsökonomie & Qualitätsmanagement). Plantaardige geneesmiddelen zijn goed voor 27%, het grootste segment in Europa (IQVIA, 2025) van deze vrij verkrijgbare geneesmiddelenmarkt in Europa , en dragen hier dus substantieel aan bij. In tijden van besparingen en overbelaste huisartsenpraktijken is dat geen onbelangrijk gegeven.

Wat we vragen

Concreet vragen we drie dingen:

1. Gebruik het volledige Europese bewijskader. Betrek bij de beoordeling van planten ook de ESCOP-monografieën en de EMA-monografieën voor traditionele kruidengeneesmiddelen. Dit zijn immers de officiële Europese wetenschappelijke referenties voor dit vakgebied.

2. Maak onderscheid tussen verschillende toepassingen. Wie iets beoordeelt over het prikken met brandnetels, moet studies over dat prikken bestuderen en geen studies over het innemen van supplementen of thee.

3. Herbekijk het redactionele kader. Als overheid die dit platform financiert, is het zinvol om na te gaan of de gehanteerde werkwijze strookt met de internationale engagementen die onze overheid zelf is aangegaan, waaronder de WHO-strategie voor traditionele en complementaire geneeskunde. Laat meer mensen uit het kruiden-vakgebied aan het woord in de media.

Een publiek dat correct en volledig wordt geïnformeerd over kruiden en hun werking is geen bedreiging voor de reguliere geneeskunde. Het is een voorwaarde voor echte vrije keuze. 

Die vrije keuze begint bij de bereidheid van iedereen die een rol speelt in de publieke informatievoorziening (platformen, media, financierende overheden en beroepsverenigingen) om geen twee maten en gewichten te hanteren. Mensen en geneeskrachtige planten hebben elkaar gevormd over een tijdspanne die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Die co-evolutie heeft kennis gegenereerd die de moeite waard is om serieus te nemen, met dezelfde zorgvuldigheid die we aan alles zouden moeten besteden. Die gedeelde geschiedenis verdient meer dan een voetnoot in de marge. 

Links:

Lieve Galle, 09/06/2026

Volgende
Volgende

De WHO-strategie voor Traditionele Geneeskunde 2025–2034: wat betekent dit voor jou als herborist?